Wat een (barre) tocht……

Eén van de herberggasten maakte een onvergetelijke bergtocht:

Een paar dagen geleden zijn Gerlinda en ik al in het mooie Gschlößtal geweest met Tess en Jill (tweeling van 2 jaar) in de rugdrager en hebben toen een stuk gelopen wat met deze zware bepakking en voor onze dochter Lynn (5 jaar) te doen was. We zijn toen met het ‘tractortreintje’ vanaf de parkeerplaats aan het begin van het dal, bij het Matreier Tauernhaus, naar Innergschlöß gegaan, daar een stuk gelopen (vrijwel vlak) en terug afgedaald naar de parkeerplaats. Vanuit Innergschlöß kan je al heel mooi de Großvenediger (3666 m) met de Schlatenkees gletsjer zien.

Iedere vakantie probeer ik een leuke uitdagende route uit te zoeken om alleen te lopen. Het liefste moet hier ook een bergtop inzitten die een mooi uitzicht geeft. Zo ook dit jaar. Omdat we in het prachtige nationaal park Hohe Tauern verblijven zijn er uiteraard uitdagingen genoeg. Dat wordt dus een moeilijke keuze…

Totdat ik in de app ‘Bergfex Touren’ een route vond rond Innergschlöß, mét de beklimming van een ‘drieduizender’. Dit zou een fantastisch uitzicht geven op de gletsjer en de Großvenediger. Zeker ook omdat het vertrekpunt slecht een kwartiertje rijden van Herberg Zirbe ligt was dit de route die het moest worden.

Op 26 augustus 2020 ging het gebeuren. Na het ontbijt met het gezin rond 9 uur heb ik de schoenen aangetrokken en om 9.15 vol goede moed aan de tocht begonnen.

De route begint door na het Matreier Tauernhaus linksaf te slaan en het weiland te doorkruisen tot aan de voet van de berg. Daar staat ook een bordje met ‘Wildenkogel 4,5 uur’. De top van de Wildenkogel zou net na de 6 km liggen. Het eerste deel van de route loopt via een steil en smal bospad omhoog. Je volgt hier de beek Löbbenbach bergopwaarts en komt ook nog een mooie waterval tegen. Bij een hoogte van ongeveer 1950 meter passeer je de boomgrens. Daarna blijft het verder stijgen, soms zelfs zo steil dat er een staalkabel hangt om jezelf omhoog te hijsen. Die heb je ook echt nodig.

Ik was uiteindelijk aanbeland op een hoogte van ongeveer 2200 meter. Hier ging ik een richel over en zag ineens een kraakhelder bergmeertje, de Löbbensee, vol met vissen. Hier is het een stukje bijna vlak, wat wel lekker was, want dan konden de benen even op adem komen. Aan de overkant van het meertje gaan de bergen verder omhoog en daar zag ik ook de eerste sneeuw in de verte. Het pad passeert een aantal keer via stapstenen het stroompje en gaat daarna verder omhoog. Hier merk ik voor het eerst op dat pad steeds meer op een ‘route’ gaat lijken dan op een ‘pad’. Ook wordt het steeds rotsachtiger en kies je zelf het pad dat je wilt lopen. De route staat erg goed aangegeven met grote stenen die rood-wit-rood zijn geverfd. Vanaf hier kun je voor het eerst de top van de Wildenkogel zien.

Vanaf 2600 meter hoogte is er absoluut geen sprake meer van een pad, maar een route. De ondergrond bestaat uit grote keien waar de route een steil omhoog overeen loopt. Dit is erg tijdrovend en brengt je tempo erg omlaag. Zeker als je ook flinke stukken met achtergebleven sneeuw moet doorkruisen. Ik had niet verwacht dat je op handen en voeten van kei naar kei zou moeten klimmen. Vanaf hier klim je omhoog naar de Wildenkogelscharte (2870 meter). Uiteindelijk klim je wat verder totdat je vanuit het zuidwesten naar de top van de Wildenkogel kunt klimmen. Ik schrok wel een beetje toen op het bordje de melding ‘STEIG’ aangaf, oftewel KLIMMEN! Toch ging ik de uitdaging aan, want nu ik hier was wilde ik natuurlijk wel het hoogste punt bereiken. Dit waren de langzaamste en spannendste kilometers van de hele tocht. Ik besefte dat bergschoenen in plaats van hardloopschoenen geen overbodige luxe was geweest. Evenals stokken, die ik ook niet had. Uiteindelijk koos ik zorgvuldig over de steile rotsen mijn route omhoog. Het gaf me wel een beetje een beangstigend gevoel om te denken dat ik al urenlang niemand was tegengekomen en helemaal alleen in de ongerepte natuur rondliep. Tegelijkertijd gaf dit een adembenemend overweldigend gevoel van de schoonheid en rauwheid van het hooggebergte.

Toen bereikte ik de top van 3021 meter hoogte. Wat mij als eerste opviel was iets wat er niet was, namelijk het ‘Gipfelkreuz’! Er stond wel een oud stuk hout rechtop, dus er was gelukkig wel nog iets. Toen zag ik het prachtige uitzicht op de Großvenediger met de enorme gletsjer. Aan de andere kant heb je uitzicht op de hoogste berg van Oostenrijk, de Großglockner. Bovenop de top stond een aardige wind, dus ik was blij dat ik een vest had meegenomen.

Na de klim is er uiteindelijk weer een moment dat er weer afgedaald moet worden. Dit was nog lastiger dan het klimmen omhoog, zeker door het gebrek aan grip door losse stenen en gruis, in combinatie met de steile hellingshoek. Toen ik een stukje was afgedaald keek ik even op mijn horloge om mijn gps-positie te checken en wat bleek, ik was aan de zuidoostkant aan het afdalen in plaats van zuidwest. Op zich geen ramp, want hier was het net zo steil als aan de andere kant. Het enige probleem was nu dat ik een stukje terug op mijn route terecht zou komen en dus een stuk weer dubbel omhoog zou moeten klimmen naar de Wildenkogelscharte. Kwestie van verkeerde afslag en dus extra langzame kilometers. Ik troostte mij met de gedachte dat ik in ieder geval het hoogte punt al had gehad en het vanaf nu voornamelijk afdalen zou worden.

De afdaling gaat steil door waarbij de route weer zo steil is dat je je aan een staalkabel moet laten zakken. Niet te veel nadenken, gewoon doen, want teruggaan is geen optie. Je komt nu op de Wildenkogelweg en volgt deze westwaarts wat weer vooral over grote blokken klimmen is. Gelukkig volgt hierna een relatief vlak pad wat weer heerlijk is om te belopen. Hier besefte ik ineens dat ik slechts 8 kilometer had afgelegd en ruim 7 uur onderweg was. Ik wilde uiteraard wel voor het donker terug bij de auto zijn. Toen ik even rekende met een snelheid van 5 km/uur voor de rest van de tocht zou dat moeten lukken, maar moest ik wel doorlopen. Ik had 3 flessen water van 0,75 liter meegenomen, maar nu bleek dat dit veel te weinig was, want ik het was al op en verdampt als zweet. Ik vulde mijn 3 flessen met heerlijk vers bergwater en dronk er gelijk een leeg. Het water smaakt geweldig, en ziet eruit als kraakhelder bronwater.

Na ongeveer 3 kilometer over de prachtige alpenvlakte van ongerepte natuur kom je bij een kruising met het pad naar de Badener Hütte. Hier sla je rechtsaf richting het noorden en begin je aan de beklimming van ongeveer 150 hoogtemeters naar de Löbbentörl. Vanaf hier heb je weer een prachtig uitzicht op het Venedigermassief, wat voor de komende uren het uitzicht zal blijven. Hier heb je de keuze voor de fanatiekelingen om nog extra 120 meter te klimmen en naar de top van de Innerer Knorrkogel te klimmen. Ik koos ervoor omwille van de tijd (en wellicht de vermoeidheid van de benen) om geen meter extra te klimmen dan strikt noodzakelijk was. Ik koos er dus voor om door te lopen door een afwisseling van sneeuw, keien en vlakkere stukken totdat je uiteindelijk op de Venediger Höhenweg terecht komt. Dit is een erg mooi pad omdat je over de kam van de berg omlaag loopt. Aan de linkerkant ligt het onderste deel van de Schlatenkees met daaronder het gletsjermeertje wat uiteindelijk overloopt als Schlatenbach richting het dal.

Er volgen nog wat bergmeertjes, waaronder Auge Gottes, ofwel het Oog van God. De daling die nu volgt is erg steil, maar hier is het geen pad meer, maar een lange kunstmatig aangelegde trap. Er lijkt geen einde aan dit pad te komen en de honderden traptreden ga je in je hele lijf voelen. Over 5 kilometer daal je ongeveer 1000 meter, wat meer dan de helft van de totale daalmeters is. Je wordt gelukkig wel beloond door de geweldige waterval van de samenvoeging van de Schlatenbach en de Salzbodenbach. Uiteindelijk bereik je het dal van Innergschlöss wat als een overwinning voelt. Hier wordt de beek samengevoegd met de Gschlössbach en stroomt verder richting het beginpunt van het dal, daar waar de parkeerplaats is. Mijn oorspronkelijke plan was om heerlijk te eten in het Venedigerhaus, maar de keuken was helaas al gesloten. Daarom ben ik maar gelijk doorgelopen om de makkelijkste 5 km van de route af te ronden. Hier volg je de weg omlaag naar de parkeerplaats bij het Matreier Tauernhaus. De beek is inmiddels de Tauernbach geworden. Leuk om te weten is dat deze beek uiteindelijk overgaat in de Drau en Donau en uiteindelijk in Roemenië uitmondt in de Zwarte Zee.

Moe, maar zeker voldaan kwam ik rond kwart voor 9 ’s avonds bij de auto aan na een tocht van 11,5 uur, 25 kilometer en bijna 1900 hoogtemeters. Deze tocht zal mij altijd bijblijven. Hier heb ik een paar dagen spierpijn helemaal voor over.

Mijn advies aan mensen die niet kunnen wachten om de tocht ook aan te gaan lopen als gast bij Herberg Zirbe adviseer ik om alleen aan de tocht te beginnen als je fysiek sterk en in conditie bent. Probeer ook een lotgenoot (of metgezel) te vinden, voor de gezelligheid, voor de veiligheid en om een Gipfelfoto te maken! Investeer ook in goede schoenen en wandelstokken. Houd er rekening mee dat je op zeker de helft van de tocht geen telefoonbereik hebt. Pas in Innergschlöß kan je weer melden dat je het overleefd hebt. In mijn geval heeft dat wel voor wat ongerustheid gezorgd, zeker omdat ik er een paar uur langer over deed dan ik aanvankelijk had verwacht.

Lennart Hoogendijk, gast van Herberg Zirbe in augustus 2020

de_DEDE
nl_NLNL de_DEDE